| DIEDERIK VAN VLEUTEN 2.8. A very good year. Died, zingend aan piano: When I was seventeen it was a very good year it was a very good year for small town girls and soft summernights we'd hide from the light on the the village green when I was seventeen When I was twenty-one it was a very good year it was as very good year for city girls who lived up the stairs with all that purfumed hair and it came undone when I was twenty-one. Arie: Trouwens, als ik niks op dat raam geschilderd had, had niemand geweten dat hier überhaupt een restaurant is. Died: En wat wil je daar mee zeggen? Arie: Dat je ergens moet beginnen. En wat je begonnen bent moet je ook afmaken. Died: Met je potje verf en je kwastje. Arie: Ja. Met me potje verf en me kwastje. | ![]() |
| verder lezen |