DIEDERIK VAN VLEUTEN
2.6. De gebeurtenissen van 21 juni

Arie:
Ik heb het even aan de overkant nagevraagd. 1/3 zegt dat het een arend is, 1/3 zegt een fazant en 1/3 zegt een roodborstje.

Died:
En wat zei de baas?

Arie:
Die was even een hapje buiten de deur aan het eten.

Died:
Jij houdt het nog steeds op een valk?

Arie:
Het is een valk.

Died:
OK. Dan is het is een valk. Verkleed als Toekan. Druk zeker, aan de overkant?

Arie:
Ja.

Died:
Tot de laatste plaats bezet.

Arie:
Ja.


Died:
De kok kon het niet aangekookt krijgen.

Arie:
Nee.

Died:
En toen heb jij gezegd: u kunt ook aan de overkant komen eten, in Het Wapen is waarschijnlijk nog wel een tafeltje vrij.

Arie:
Nee.

Died:
Want...

Arie:
Dat is mijn eer te na.

Died:
Nee, dat maakt een enorme indruk.

Arie:
Ik ga niet een beetje lopen bedelen om klanten.

Died:
Die komen vanzelf wel. Of ze blijven vanzelf weg.

Arie:
Ik weet nog altijd meer van bedrijfsvoering dan jij.

Died:
Dat is waar. Ik zie je nog staan met je potje verf en je kwastje. "Het Wapen van Noord-Holland. 365 dagen per jaar geopend".

Arie:
Ja?

Died:
Haakje openen - dus ook met oudjaar - haakje sluiten.

Arie:
Ja?

Died:
Men mocht eens denken dat we gesloten zijn, dan zitten we hier maar, met zijn tweetjes.

Arie:
Van mij mag je ook wel naar huis hoor.

Died:
En de gasten dan?

Arie:
Maar dat doe je niet.

Died:
Nee, tuurlijk niet.

Arie:
Ik weet wel zeker van niet. Daar is de deur. Door die deur kom jij iedere dag stipt om half zes naar binnen en door die deur ga jij iedere dag stipt om een uur weer naar buiten.
Klanten of geen klanten.

Died:
Conclusie?

Arie:
Vraag: waarom kom je hier als je van mij ook thuis mag blijven.

Died:
Omdat ik zoveel van je hou.

Arie:
Je bent dit jaar precies een dag niet geweest.

Died:
...

Arie:
21 juni.

Died:
De 21e was ik ziek. 39,5.

Arie:
Je was zo ziek dat je in je stamkroeg maar een aspirientje bent gaan halen.

Died:
Wat is dat voor onzin?

Arie:
Tinus zei dat je ladderzat van je kruk bent gelazerd.

Died:
Dat kan Tinus niet weten want Jopie had dienst.

Arie:
...

Died:
Goed, toen zat ik in de kroeg en wat dan nog?

Arie:
Ik constateer alleen de feiten. En vandaag kom je ook nog eens twee uur te vroeg.
Toch niet om mij opeens te helpen in de keuken? Je weet niet eens waar die is.

Arie links af.

Died:
De keuken is rechtsaf, Arie.

Arie rechts af.

Died:
Goed, op 21 juni 1995 was ik dronken. En wat dat nog. Op 21 juni '88 was ik ook dronken. En niet zo'n beetje ook. Ik heb die avond God gezien. In levende lijve. Om kwart voor tien 's avonds. In Hamburg. Bij Nederland-West-Duitsland. En niet in een sky-box maar op het veld. Het stond 1-1. En opeens zag ik 'em. Twee minuten voor tijd. Hij had zich verstopt in de rechterschoen van Marco van Basten. Pats! Nederland-West-Duitsland 2-1. Twee minuten voor tijd. Da's timing. Dan kun je er ook niets meer aan doen. Kwestie van de zaak achterin dichtspijkeren. Nederland 2, West-Duitsland 1. Ja, en op Duitse grond. God is goed, Hij is waarachtig. Vooral in juni '88. Daarna heb ik nooit meer wat van Hem gehoord.

  verder lezen