| DIEDERIK VAN VLEUTEN 2.3. Over drinken en waarom (Arie komt op en zet de muziek van Sinatra af, die Diederik heeft opgezet) Died: Realiseer je je wat je gedaan hebt? Arie: Ik heb effe die herrie afgezet. Died: Die herrie? Dat was Frank Sinatra. The Voice. Old blue eyes. Arie: Die herrie.( steekt kaars aan) Died: Wat een verschil hè, zo'n kaars. Is meteen een oase van gezelligheid. Want wat is het helemaal, een kaars. Niks meer als een klompje vet met een touwtje eruit. Jij heb oog voor die dingen, Arie. Ben ik eigenlijk best jaloers op. Hoe jij van helemaal niks toch iets kan maken. Eerst is het hier een tochtige hooischuur, jij komt binnen, je steekt een kaars aan, hopla, een en al sfeer. En meteen ook een stuk warmer. Heren, de jasjes kunnen uit hoor, mijn broer heeft de kaarsen aangestoken. Arie: Je bent vroeg. Died: Ik dacht, ik kom wat eerder, ontloop ik de drukte bij de deur een beetje. Arie: Je bent vroeg met drinken. Died: Nee hoor. Arie: Het is vijf over half vier. Died: Je weet wat Pa altijd zegt. Om vijf over half vier zit de vijf in de klok. Hij zegt het de laatste jaren ook al om vijf over half twee, maar het blijft een goeie grap. Arie: Je drinkt teveel. Misschien moet je daar eens over nadenken. Died: 'De dokter balt een boze vuist en ziet de Dood al naar mij wenken. Ik moet van hem eens na gaan denken. Maar dokter, daarom drink ik juist.' Je hebt gelijk. Ik moet stoppen met drinken. Daar moet je maar van pissen. Maar als ik stop met drinken krijg ik angstaanjagende visioenen. Dan zie ik honderden dansende kinderen in de Punica-oase. Arie: Normaal ben je hier pas om half zes. Died: Oudejaarsavond kan mij niet lang genoeg duren. Gezellig met de familie onder elkaar. Of wat er van over is. (Died kijkt op menukaart.) Died: 'Pinda's, leverworst, paté, camembert en kipsaté, biefstuk en gebakken lever, doet u mij maar een jenever.' Ik wil een toast uitbrengen. Arie: Dat weet ik. Died: Het is vanavond dubbel feest. Arie: Omdat wij met zijn tweeën zijn? Died: Nee. Omdat het oudejaarsavond is en het is precies een jaar geleden dat onze gewaardeerde collega's aan de overkant hun prachtrestaurant openden. In een jaar zijn wij van vijfhonderd naar 0 klanten per week gegaan. Mogen we best een beetje trots op zijn. (Died reikt Arie glas aan.) Arie: Ik drink niet. Died: Mooi. (Died drinkt beide glaasjes leeg.) Died: Weet jij waarom mensen liever aan de overkant veel, vlug en vet eten dan dat ze hier lekker komen genieten van jouw superieure kookkunst en mijn virtuoze pianospel? Arie: Ja. Omdat aan de overkant een pianist zit die uitsluitend piano speelt. Died: O, is dat het? Ik was even bang dat het iets met mij te maken had. Arie: Nee hoor. Died: Om met Einstein te spreken: Wat de theorie ook behelst, kleine glaasjes gaan het snelst. (Died neemt slok) Arie: Dat nieuwe restaurant aan de overkant, is dat mijn schuld? Died: Nee. Arie: Heb ik voor dat restaurant de bouwvergunning afgegeven? Died: Nee. Arie: Is het mijn schuld dat de mensen liever aan de overkant eten dan hier? Died: Nee. Arie: Heb je enig idee wat wij er aan zouden kunnen doen? Died: Nee. Arie: Zou je dan even een minuut je mond kunnen houden? Died: Weet je wat? Arie: Is lang hè, een minuut. | ![]() |
| verder lezen |