DIEDERIK VAN VLEUTEN
2.26. De zondag.

Arie:
Waarom moesten wij 's zondags eigenlijk altijd naar de kerk?

Died:
Omdat we zo zijn opgevoed.

Arie:
Wij wilden toch helemaal niet naar de kerk.

Died:
Wij wilden uitslapen.


Arie:
Maar dat mocht niet. Want zondag is een rustdag. En op een rustdag moet je naar de kerk.

Died:
Dank u voor deze nieuwe morgen

Samen:
Dank u voor deze nieuwe dag.
Dank u dat ik met al mijn zorgen bij U komen mag.

Died:
En deze: Dank u dat ik u danken mag.

Arie:
Na de kerk wilden we voetballen.

Died:
Maar dat mocht ook niet.

Arie:
Het mocht wel maar dan in het geheim. Achter het schuurtje.

Died:
Dat God het niet ziet.

Arie:
Mensen die op zondag voetballen komen niet in de hemel.

Died:
Daarom speelt het Nederlands Elftal altijd op woensdag.

Arie:
God houdt niet van voetbal.

Died:
Hij houdt alleen van topvoetbal.

Arie:
Wij wilden zondags naar het strand.

Died:
Op het strand zaten de meisjes.

Arie:
Dus vroegen wij of we schelpen mochten zoeken.

Died:
Dat mocht wel.

Arie:
Maar niet in onze spijkerbroek want dat was niet netjes genoeg.

Died:
God gaat zelf ook goed gekleed.

  verder lezen