| DIEDERIK VAN VLEUTEN 2.22. Het Huis: verzetsmemoires. Died en Arie, als oude verzetshelden, simultaan: Het huis was gelegen op de Rozengracht. Op nummer 136. Links van het huis zat café de Wester, rechts zat het café van ome Jan en recht tegenover het huis zat slijterij de Kruik. Dat was als het ware de magische driehoek van ons verzet. Wij wisten dat maar de Duitsers wisten dat niet. Iedere dag kwamen er twee Duitse patroeljes langs het huis. Een om 12 uur s'middags en een om zes uur 's avonds. Bovenin het huis was een dakkapel met een geheim raam erin. Dat raam kon open maar het kon ook dicht. Wij wisten dat maar de Duitsers wisten dat niet. Achter dat raam zat Bertus. Bertus had maar een opdracht: Zodra de patroelje eraan kwam moest hij zo snel mogelijk Rinus waarschuwen. In café de Wester. Hoe deed 'ie dat? Hij rende naar beneden en klopte aan met een zeer geheime code: vier keer lang en twee keer kort. Lang, lang, lang, lang, kort, kort. Rinus had maar een opdracht: waarschuw onmiddellijk Cor in slijterij de Kruik. Cor was de sleutelfiguur waar ons verzet om draaide. Want wat had Cor onder zijn jas? Een grote geheime bel. Wij wisten dat maar de Duitsers wisten dat niet. En nou komt het. Als de patroelje van 12 uur langskwam sloeg de klok van de Westertoren 12 keer. Dan pakte Cor zijn bel en dan sloeg hij er een paar slagen bij. En bij de patroelje van zes uur sloeg 'ie een paar slagen minder. Niemand hoorde dat, behalve de Duitsers. Die wisten dus nooit precies hoe laat het was. Die raakten door ons verzet van lieverlede ieder besef van tijd kwijt. En zo kon het dus gebeuren dat de Duitsers pas eind maart achter de februaristaking kwamen. | ![]() |
| verder lezen |