| DIEDERIK VAN VLEUTEN 1.21. De Grote oorlog. Lied. Een liedtekst van Jan Boerstoel, speciaal geschreven voor Andermans Eiland. Je bent het industriegebied van Lille een uurtje door, het vlakke landschap gaat aan hoogte winnen, met elke afslag komen namen je bekender voor, stilaan rijd je de Grote Oorlog binnen: de zachte groene heuvels waar de Grote Oorlog woedde, het slagveld van de Somme, waar een half miljoen verbloedden, in opperste verbazing, geen idee en geen vermoeden, althans niet op de ochtend voor de slag, die schitterende eerste julidag.. Ze waren vol vertrouwen de oorlog ingegaan, To Paris, Nach Berlin, had op hun trein gestaan, de wapenbroeders die nooit verder kwamen, dan hier, en enkel God de Vader kent nog hun namen. Er lijkt maar weinig over wat aan oorlog denken doet, en aan de modder van herinneringen, in alle bermen bloeit je rood de klaproos tegemoet en leeuweriken hangen hoog te zingen. Toch kom je als je beter kijkt langs holle binnenwegen tussen korenvelden steeds meer dodenakkers tegen, bedekt met witte kruisen, rij aan rij aaneengeregen, soms duizenden, soms honderd op zijn hoogst, die je vertellen van een and're oogst. Ze waren vol vertrouwen de oorlog ingegaan, To Paris, Nach Berlin, had op hun trein gestaan, de wapenbroeders die nooit verder kwamen, dan hier, en enkel God de Vader kent nog hun namen. Doek. | ![]() |
| verder lezen |