| DIEDERIK VAN VLEUTEN 1.19. De Grote Oorlog, 1 juli 1916. Died: Welcome in 1916. Arie: Welkom in 1916. Died: The bright summer of 1916. Arie: De prachtige zomer van 1916. Died, vanaf nu Captain Martin: My name is Martin, captain Martin. Arie: En mijn naam is Arie van der Wulp. Captain Martin: The summer of 1916. Northern-France. First World War. The Great War. The war to end all other wars. De zomer van 1916. Volgens onze generaals het ideale moment om voor eens en voor altijd met de Duitsers af te rekenen."Your King and Country need you!" Dus waren we naar Frankrijk gekomen. Met vijfhonderduizend man. Jonge jongens waren we. Vrienden. Gelijkgezinden. En allemaal vrijwillig. Met duizenden tegelijk hadden we ons aangemeld. En waarom ook niet? Wij werkten in de mijnen, in fabrieken, bij de spoorwegen en op kantoren. Wij wilden er wel eens uit. We konden tekenen voor twee jaar of voor de duur van de oorlog. We tekenden allemaal voor de duur van de oorlog. Twee jaar van huis was veel te lang. Noord-Frankrijk. De slag zou plaatsvinden aan de oevers van de rivier de Somme. Tussen groene heuvels en holle wegen. Het Britse plan was simpel en briljant. We zouden de Duitsers zeven dagen bombarderen en daarna hoefden we alleen de loopgraven uit te klimmen, Niemandsland over te steken en de Duitse stellingen in te nemen, op ons dooie akkertje. We groeven ons in en wachtten op de dag die ons onsterfelijk zou maken, wij wachtten op 1 juli 1916. En ik, Captain Martin, was de enige die de zaak niet vertrouwde. Ik had de stafkaart bestudeerd en ik dacht: Wij liggen hier, daar liggen de Duitsers. Wij moeten de heuvel op. Door het open veld. Als het plan slaagt zijn er straks geen Duitsers meer. Maar als er ook maar een Duitser over is met een mitrailleur, dan zijn we er geweest, allemaal. Met mijn bange voorgevoelens ging ik naar mijn superieuren maar die stelden mij gerust:"There will be no Germans at all, Captain Martin." Na zeven dagen bombarderen begint de slag. Op 1 juli 1916, om half acht 's morgens mogen wij eindelijk de loopgraven uit. Daar gaan we. Vrijwillig. Niemand aarzelt. We steken Niemandsland over. We kunnen zo doorlopen. Nog maar een paar honderd meter. Daar gaan we. Schouder aan schouder. Rij na rij. En dan gebeurt het, we bereiken het open veld. Opeens klinken er mitrailleurs. Niet een, maar tientallen tegelijk. Overal vandaan. We vallen. Rij na rij na rij. Met duizenden tegelijk. In het prikkeldraad, in de modder. We zijn volmaakt kansloos. De Duitsers hoeven alleen maar te laden en te herladen, te laden en te herladen. The flower of England, face down in the mud. De oogst van 1 juli 1916: 60.000 doden, gewonden en vermisten. Vrienden waren we. Gelijkgezinden. Vrijwilligers. We waren uit Engeland gekomen om hier in een dag helden te worden. | ![]() |
| verder lezen |